Site is Loading, Please wait...

De Biografie Van Hester Walg

Hester Walg, de helft van een tweeling, is de eerstgeborene van Eduard en Klaartje Walg. Op 3 maart 1875 wordt zij samen met haar zusje Mietje geboren in Ouderkerk aan den IJssel.

Foto van de voormalige dijksynagoge in Lekkerkerk.
De voormalige dijksynagoge aan de Voorstraat in Lekkerkerk. Hier ging de familie “naar sjoel” in de periode dat zij in Lekkerkerk woonden

Lang woont het gezin niet in Ouderkerk. Al anderhalf jaar later verhuizen Eduard en Klaartje met hun kinderen naar het nabijgelegen Lekkerkerk. Daar is een kleine Joodse gemeente met een (huis)synagoge, wat vermoedelijk de reden voor de verhuizing is. In Lekkerkerk groeit het gezin verder: Hester krijgt er nog twee broers en zussen bij en het gezin Walg wordt compleet.

De familie blijft elf jaar in Lekkerkerk wonen. Daarna volgt een nieuwe stap: een verhuizing naar Rotterdam. Daar liggen meer economische kansen voor vader Eduard, die in 1878 de kaashandel van zijn schoonvader heeft overgenomen en deze succesvol weet uit te bouwen. De eerste jaren in de stad zullen ongetwijfeld moeilijk zijn geweest, maar Eduard weet al snel naam te maken en opent een eigen winkel aan de Schiedamsedijk. Hester, inmiddels volwassen, doet daar haar eerste werkervaring op door mee te werken in de zaak van haar vader.

Op 19 maart 1899 trouwt Hester met Meijer Prins. Voor het huwelijk moeten eerst enkele formaliteiten worden geregeld, aangezien Meijer op dat moment – hoewel met groot verlof – officieel nog milicien is en toestemming moet vragen om tijdens zijn diensttijd te mogen trouwen.

Toestemmingsverklaring voor Meijer Prins om tijdens zijn verlof met Hester te mogen trouwen
Toestemmingsverklaring voor Meijer Prins om tijdens zijn verlof met Hester te mogen trouwen.
Bron: Familysearch

Na hun huwelijk gaat Hester bij Meijer wonen. Hij runt dan een kleine zuivelwinkel aan de Kipstraat 42 in Rotterdam. Het echtpaar huurt er een piepkleine voorkamer met keuken. Financieel lijkt het leven zwaar; de handel in boter, kaas en eieren levert onvoldoende op. Ruim een jaar na het huwelijk zet Meijer de winkel te koop en gaat hij werken als los arbeider. Hester is op dat moment zwanger van hun tweede kind (het eerste kindje werd doodgeboren) en richt zich vanaf dan volledig op haar gezin.

In het eerste decennium van de twintigste eeuw krijgt het gezin Prins vorm. Hester brengt vijf kinderen groot: Eduard, Jacob, Samuel, Aaron en Klaartje. Aaron blijkt een zorgenkind. Hij heeft vermoedelijk een mentale of psychische aandoening en wordt in zijn tienerjaren meerdere keren opgenomen in het Nederlands Israëlitisch gesticht Het Apeldoornsche Bosch.

Meijer staat bekend als een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken. Bijna elke nieuwe baan gaat gepaard met een verhuizing. In de eerste dertig jaar van hun huwelijk verhuist het gezin wel tien keer, steeds binnen Rotterdam. In 1934 verhuizen Hester en Meijer naar Den Haag. De meeste kinderen zijn dan al het huis uit; alleen Aaron verblijft nog af en toe bij zijn ouders.

In augustus 1940, enkele maanden na het begin van de oorlog, verhuist het echtpaar opnieuw, ditmaal naar Amsterdam. Ze betrekken een woning aan de Lekstraat 36 (1 hoog), aan de rand van de Rivierenbuurt, op slechts enkele straten afstand van hun kinderen Jacob en Klaartje. Zoon Eduard is na een dramatische gebeurtenis weer bij zijn ouders ingetrokken. Aaron is dan opnieuw opgenomen in Het Apeldoornsche Bosch.

In Amsterdam krijgt de familie Prins direct te maken met de steeds strengere anti-Joodse maatregelen van de nazi’s. Bezoek aan bioscopen, parken en dierentuinen wordt verboden. Ritueel slachten mag niet meer en Joden mogen geen lid zijn van verenigingen waar ook niet-Joden lid van zijn. Op 3 mei 1942 wordt het dragen van de gele Jodenster verplicht gesteld. Drie weken later volgt de verordening dat alle Joden hun bezit boven de 250 gulden moeten afstaan aan de Lipmann-Rosenthalbank, een Duitse roofbank die tot doel heeft Joods bezit te registreren en te confisqueren. In de loop van 1942 wordt de bewegingsvrijheid steeds verder ingeperkt.

De familie Prins rond 1925. Van links naar rechts: Klaartje Prins, Hester Prins-Walg, Meijer Prins, Aaron Prins en Eduard Prins. Samuel Prins en Jacob Prins ontbreken. Zij verblijven in de Verenigde Staten.
De familie Prins rond 1925. Van links naar rechts: Klaartje Prins, Hester Prins-Walg, Meijer Prins, Aaron Prins en Eduard Prins. Samuel Prins en Jacob Prins ontbreken. Zij verblijven in de Verenigde Staten.
Bron: prive collectie Scott Prince

In december 1942 verhuizen Hester en Meijer nog één keer, al dan niet gedwongen. Ze verlaten de Lekstraat en gaan wonen aan de Louis Bothastraat 17, 2 hoog (het huidige Albert Luthuliplein). Op 14 of 15 mei 1943 sluiten zij daar voor de laatste keer de voordeur achter zich. Hester en Meijer worden gedeporteerd en arriveren op 15 mei 1943 in doorgangskamp Westerbork in Drenthe. Drie dagen later worden zij op transport gesteld naar vernietigingskamp Sobibor. Bij aankomst worden alle 2.511 mensen uit deze trein direct vermoord.
Hester Walg en Meijer Prins overlijden op 21 mei 1943.

Disclaimer
De biografieën op deze website zijn met zorg samengesteld aan de hand van beschikbare archieven, documenten en andere bronnen. Omdat onderzoek naar familiegeschiedenis nooit afgerond is, kan nieuwe informatie leiden tot aanpassingen of aanvullingen van deze teksten. De biografieën weerspiegelen daarom de kennis zoals die op het moment van schrijven bekend is.