You cannot copy content of this page

Menu Sluiten

Biografie van Hester Walg

profielfoto Hester Prins-Walg

Hester, de helft van een tweeling, is de eerstgeborene van Eduard en Klaartje. Op 3 maart 1875 wordt ze, samen met haar zus Mietje, geboren in Ouderkerk aan den IJssel.

Van Lekkerkerk naar Rotterdam

Hester woont maar kort in Ouderkerk, want al anderhalf jaar later verhuist ze samen met haar ouders, tweelingzus en broertje Jacob naar het naburig gelegen Lekkerkerk.

advertentie overname winkel A.A. Blok naarEduard walg
In 1884 neemt Eduard Walg de winkel van zijn (inmiddels overleden) schoonvader Andries Abraham Blok over.

Lekkerkerk had een kleine Joodse gemeente en een (huis) synagoge en dat was waarschijnlijk de reden van de verhuizing. In Lekkerkerk kreeg Hester er nog 2 broers en zussen bij, voordat het gezin Walg compleet was.

De familie Walg blijft 11 jaar in Lekkerkerk wonen, daarna verruilen ze Lekkerkerk in voor Rotterdam. In Rotterdam waren er veel meer economische kansen voor vader Eduard, die de in 1878 overgenomen kaashandel van zijn schoonvader, zag opbloeien.

Hoewel de eerste jaren in Rotterdam ongetwijfeld moeilijk geweest zullen zijn lukt het Eduard om al snel naam te vestigen en een eigen winkel aan de Schiedamsedijk te openen.  Hester, inmiddels volwassen doet hier haar eerste werkervaring op. In de winkel van haar vader.

Het gezin Prins

Op 19 maart 1899 trouwt Hester met Meijer Prins. Voor het huwelijk moet wel een en ander geregeld worden, want Meijer is ten tijde van het huwelijk, hoewel op groot verlof, officieel nog milicien en moet toestemming vragen om te mogen trouwen tijdens diensttijd.

Het jonge gezin Prins
Het jonge gezin Prins. Hester, Meijer, Eduard, Jacob en Samuel Prins. Studiofoto van Héron aan de Westewagenstraat in Rotterdam. Circa 1905.
Bron: Privécollectie Dreese

Na de huwelijksvoltrekking trekt Hester in bij Meijer, die op dat moment een eigen zuivelwinkel runt aan de Kipstraat 42. Ze huren er een piepkleine (voor)kamer met keuken. Veel financiële ruimte lijkt er op dat moment niet te zijn. Het echtpaar lijkt moeite te hebben om met de winkel in boter, kaas en eieren, genoeg inkomen te genereren. Ruim een jaar na hun huwelijk zet Meijer de winkel dan ook te koop en gaat hij aan de slag als los werkman. Hester is dan net zwanger hun tweede kind (eerste kindje werd doodgeboren) en richt zich vanaf die tijd op haar groeiende gezin.

In het eerste decennium van de 20e eeuw vormt zich het gezin Prins. Hester krijgt vijf (levende) kinderen; Eduard, Jacob, Samuel, Aaron en Klaartje. Aaron is het zorgenkindje van de familie. Hij lijkt een mentale/psychische aandoening te hebben en wordt in zijn adolescente jaren veelvuldig opgenomen in het Nederlands Israëlitisch gesticht “Het Apeldoornsche Bosch”.

Meijer is een man van twaalf ambachten, dertien ongelukken. En met iedere verandering van baan lijkt het gezin te verhuizen. In de eerste 30 jaren van hun huwelijk verhuist het gezin wel tienmaal. Allemaal binnen Rotterdam. In 1934 verhuizen Hester en Meijer naar Den Haag. De meeste kinderen zijn dan “uitgevlogen”.  Alleen Aaron woont voor korte periodes nog bij zijn ouders in Den Haag.

De Oorlog

Nederlandse Jodenster.
Nederlandse Jodenster. Bron: Wikipedia

Dan in augustus 1940, de oorlog is net een aantal maanden aan de gang, verhuizen Hester en Meijer naar Amsterdam. Ze komen terecht op de Lekstraat 36 (1 hoog), aan de rand van de Rivierenbuurt. Slechts een paar straten verwijderd van hun kinderen Jacob en Klaartje. Eduard is, na een dramatische gebeurtenis, weer bij zijn ouders gaan wonen. En Aaron is weer opgenomen in “Het Apeldoornsche Bosch”.

In Amsterdam krijgt de familie Prins te maken met de verstrekkende anti-Joodse maatregelen die de Nazi’s invoeren. De familie mag niet meer naar de bioscoop, parken, dierentuinen etc. Ritueel slachten wordt verboden en men mag als Jood niet meer lid zijn van verenigingen waar niet-Joden ook lid zijn. Op 3 mei 1942 wordt het dragen van de beruchte “Jodenster” verplicht gesteld. Drie weken later wordt verordend dat de Joden al hun bezit boven een waarde van 250 gulden moeten afdragen aan de “Lipmann-Rosenthal bank”; een Duitse roofbank die als doel had om al het Joodse bezit te registreren en in te vorderen. De bewegingsvrijheid van de Joden en dus ook van de familie Prins wordt in de loop van 1942 steeds meer ingeperkt.

Het einde

Hester en Meijer verhuizen nog eenmaal (al dan niet verplicht). Van de Lekstraat verhuizen ze naar Louis Bothastraat nr. 17 ,2 hoog (nu Albert Luthilistraat 17 II) in december 1942. Op 14 of 15 mei 1943 sluiten Hester en Meijer voor de allerlaatste keer de voordeur achter zich dicht. Ze worden gedeporteerd en arriveren op 15 mei 1943 in het doorgangskamp “Westerbork” in het Drentse Hooghalen. Drie dagen later gaan ze op de trein. Bestemming: Vernietigingskamp Sobibor. Bij aankomst worden alle 2511 personen in deze trein direct vergast en gecremeerd. Hester en Meijer overlijden op 21 mei 1943.

Indexkaart van de Jodenraad Amsterdam Hester Walg
De Indexkaart van Hester Walg. Opgemaakt door de Joodse Raad Amsterdam

*deze versie van de biografie is altijd tijdelijk van aard. Naarmate er meer gegevens worden gevonden, zal ook de biografie herschreven worden.

Bronnen o.a.:

Stadsarchief Rotterdam:
Gezinskaarten 1880-1940
Gezinskaarten 1880-1940
Haags Gemeentearchief:
Pagina in bevolkingsregister Den Haag
Gemeente Archief Amsterdam:
Woningkaarten 1924-1989
Persoonkaarten 1939-1994
Arolsen Archive
Indexkaarten catalogus van de Jodenraad Amsterdam

Please follow and like us:
error0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial
nl_NLNederlands
en_USEnglish nl_NLNederlands